Van je familie moet je het hebben

Interview Kenneth Asporaat

Die aanstekelijke lach, een jaloersmakende positiviteit en grenzeloze ambities. Van wie zou hij het hebben? Hij is inderdaad ‘het broertje van’, maar met zijn Rotterdamse mentaliteit heeft hij zijn eigen strepen verdiend. Vanuit zijn productiehuis Ken Theater produceert hij theatervoorstellingen, begeleidt hij nieuw talent en zet hij zich in voor een cultureel divers Rotterdam. Kenneth Asporaat (28) heeft vooral veel aan zichzelf te danken, maar achter de schermen schuilt dé succesfactor: zijn moeder.

Die aanstekelijke lach heeft Kenneth van haar, zegt hij trots. “Mijn moeder is zo ontzettend positief - ik heb haar nog nooit chagrijnig gezien.” Zelf is hij al net zo. “Van de 365 dagen ben ik vijf dagen niet vrolijk. Ik wil niet zeggen dat mijn lach mij kenmerkt, maar ik wil wel herinnerd worden als een positief persoon. Ik houd van lachen, dus dat doe ik ook veel. Maar ik kan ook serieus zijn. En streng! Als ik op mijn werk ben, gaat de werkmodus aan en ben ik gefocust op mijn doelen.”

Kenneth kwam op driejarige leeftijd van Curaçao naar Nederland. Veel herinneringen aan zijn geboorteland heeft hij niet. “Curaçao ken ik vooral van de verhalen van mijn moeder, broers en zus. We hadden het niet breed, eigenlijk waren we erg arm. Mijn moeder had zes kinderen toen zij besloot naar Nederland te verhuizen. Dat was niet makkelijk nee… Ze kwam naar Nederland voor een beter bestaan voor haar kinderen, voor betere kansen. Mijn moeder wilde dat wij ons breder konden oriënteren. Ze is zelf erg ondernemend, had een supermarktje op Curaçao. Maar veel kansen en mogelijkheden om ambities te verwezenlijken lagen daar niet. In Nederland wel.”

Dus ze deed het echt voor jullie? Bijzonder!

“Ja, heel bijzonder. Ze heeft echt alles en iedereen achtergelaten. Niet alleen haar supermarktje, maar ook haar zus, die tevens haar hartsvriendin is. Dat was pijnlijk. Ook mijn oudste broer is daar gebleven - hij was toen dertien. Ook hij is erg ondernemend, runt onder andere een takelbedrijf en verhuurt huizen.

Voor mijn moeder was de komst naar Nederland een hele grote verandering. Naast het feit dat zij alles en iedereen heeft achtergelaten, heeft zij ook een enorme cultuurshock gehad. De cultuurverschillen zijn zo groot. Wij, haar kinderen, hebben daarom ook een tijdje in een internaat gezeten.”

Wat zijn de grootste cultuurverschillen?

“Sowieso de bureaucratie. En zijn veel meer regels in Nederland en voor alles moet wel iets betaald worden. Als je geen modaal inkomen hebt, leef je om de rekeningen te betalen. Je kunt je voorstellen dat dat voor een alleenstaande moeder van zes kinderen erg pittig is.”

Welke richting koos je toen je naar school ging?

“Ik kon kiezen tussen handel en administratie, en zorg. Ik koos voor handel en administratie. Maar niet omdat ik dat nou zo leuk vond. Vervolgens heb ik op het mbo de opleiding facilitair leidinggevende gevolgd. Daar koos ik voor omdat ik die opleiding in een verkort traject kon doen - niet omdat ik daar iets mee wilde. Ik wilde gewoon mijn papiertje halen zodat ik naar het hbo kon.

Ik was vervelend hoor... Echt ontzéttend vervelend. Haalde veel kattenkwaad uit. Als je de docenten zou vragen hoe ik was, zouden zij mij bijna onhandelbaar noemen. Ik was écht vervelend!”

Was je thuis ook zo?

“Mijn vader woonde bij ons in Nederland tussen mijn achtste en mijn zestiende jaar - sindsdien woont hij weer op Curaçao. Hij was erg autoritair en streng. Thuis kon ik eigenlijk niet vervelend zijn. Nee, dat hij teruggegaan is naar Curaçao vind ik niet erg. Ik heb hem ook niet gemist. Sterker nog, de beste tijd was toen hij er niet was. Hij was niet alleen heel streng, maar ook onrechtvaardig. Toen hij er was heeft hij mij alleen maar teleurgesteld, was niet de vader die hij moest zijn. Mijn moeder wist altijd goed balans te houden, dus ik had geen vader nodig. Tegen mijn moeder heb ik weleens gezegd dat zij het net zo goed alleen had kunnen doen. In haar eentje deed zij het namelijk veel beter.”

Vind je het jammer?

“Ach, het is gelopen zoals het is gelopen. En ouders krijgen terug wat zij geven. Niet altijd natuurlijk, maar vaak wel. Ik geef mijn moeder wat zij mij gaf; heel veel liefde. Ik geef haar echt alles, mijn vader niets. Maar dat heeft hij zelf veroorzaakt.

Mijn moeder ben ik dankbaar - dat weet ze maar al te goed. Ik ben haar natuurlijk niets schuldig, maar ik wil haar wel trots maken. Het mooie van haar opvoeding is dat niets is opgelegd. Toen ik in het eerste jaar van het mbo zat, wilde ik stoppen met school. Mijn moeder zei dat ik mijn opleiding moest afronden en dat ik daarna alle kanten op mocht gaan die ik wilde. Als ik mijn papiertje maar op zak had. Haar manier van opvoeden was heel vrij. En nu zijn al haar kinderen op hun eigen manier succesvol. Dat moet aan haar en haar opvoeding liggen. Ze heeft het ontzettend goed gedaan!”

En één van de successen van Kenneth is natuurlijk Ken Theater; het productiehuis dat hij in 2009 oprichtte voor talentvolle jongeren met interesse in toneel, comedy en spoken word. Hier ontwikkelen jongeren de sociale-, ondernemende- én podiumvaardigheden die ze nodig hebben om hun verhaal op een podium te kunnen delen. Ze werken mee aan voorstellingen en volgen workshops onder leiding van professionals.

“Op een gegeven moment wilde ik met kinderen werken”, antwoord Kenneth op de vraag hoe het idee voor een eigen productiehuis ontstaan is. “Daarom ging ik pedagogiek studeren. In die tijd begon ik met Ken Theater. Ik woonde toen in IJsselmonde waar veel sportaanbod was voor de jeugd maar eigenlijk maar weinig cultureels. Daar wilde ik verandering in brengen. Voordat ik het wist zat mijn rooster vol met allerlei workshops die ik gaf op verschillende scholen.”

Vanwaar de workshops?

“Ik ben voorzitter van een jongerenraad geweest. In die rol organiseerde ik al evenementen, zoals voetbal- en tafeltennistoernooien. Ook liep ik stage op de Brede School in Nesselande, waar ik facilitair medewerker was. Een van de dingen die ik faciliteerde waren de workshops van externe vakdocenten. Workshops op het gebied van onder andere theater, dans en tekenen.

Bij één van die vakdocenten ging ik af en toe kijken en later mocht ik hem assisteren bij van alles en nog wat. Dat vond ik zó tof! Op een dag viel hij uit, en nog een dag, en nog een dag. De ouders van de kinderen vonden dat natuurlijk niet leuk. Zij dreigden hun kinderen zelfs van toneel te halen als hij nog een keer afwezig zou zijn. Toen hij weer een keertje uitviel heb ik het maar opgepakt. Ik ben de workshops zelf gaan geven, zonder ervaring.”

De volgende stap was dat Kenneth zelf workshops ging ontwikkelen. “Mijn eerste theaterworkshop heette ‘Zonder onze ouders op reis’. Echt zo’n standaardverhaal; een groep kinderen gaat zonder ouders op reis naar een onbewoond eiland. Natuurlijk gaat er van alles mis en willen zij graag weer terug naar huis.

In het eerste jaar gaf ik die workshops vrijwillig. Voor mijn gevoel wist ik niet goed wat ik deed en moest ik nog van alles leren. Een jaar later besloot ik freelancer te worden en hier wat centjes mee te verdienen.”

En nu heb je je kantoor in het Nieuwe Luxor Theater…

“En daar ben ik meer dan trots op! Ik houd ook van de Rotterdamse mentaliteit. Als je hard werkt, krijg je echt wat je verdient. En ik denk dat wij - mijn team en ik - ontzettend hard werken. We zijn nog lang niet waar we willen zijn, maar maken mooie stappen. Ik had dit echt niet verwacht, natuurlijk wel gedroomd.

We zijn ook met zoveel mooie dingen bezig. Een van de grootste projecten is natuurlijk de nieuwe theatershow ‘Van je familie moet je het hebben’, die op 16 oktober in première ging in het Nieuwe Luxor Theater. Samen met mijn broer Jandino en Jildau heb ik dat stuk geschreven. Ik werk veel samen met mijn broer. Sowieso doe ik zijn management, maar daarnaast hebben we ook het Huis van Asporaat, ons eigen productiebedrijf. We maken tv en theater en dat doen we echt samen.”

‘Als mensen mij “het broertje van” noemen, ben ik alleen maar trots. Dat maakt mij echt niets uit’

Heb je weleens het gevoel dat je in zijn schaduw staat?

“Nooit. Ik ben ontzettend trots op hem. Op wat hij heeft bereikt, op wat hij nog gaat bereiken. Als mensen mij ‘het broertje van’ noemen, ben ik alleen maar trots. Dat maakt mij echt niets uit. Ik heb eerst alles gedaan zonder Jandino. Hij vroeg mij in 2009 zijn manager te worden, waarop ik nee zei. Daar was ik nog niet klaar voor. Ik wilde eerst mijn eigen strepen verdienen. Dat heb ik inmiddels wel gedaan, vind ik.”

Lijken jullie op elkaar?

“Onwijs. We denken hetzelfde. Als we regisseren zijn we het negen van de tien keer met elkaar eens. Soms niet, maar dan maken we geen ruzie. We luisteren goed naar elkaar en praten goed met elkaar. We zijn echt buddy’s, best friends. Net Yin en Yang; we staan in balans. Als hij van iets te is, dan trek ik dat recht. En andersom. We zijn broers én zakenpartners. Echt een luxe! Op kantoor wordt ook vaak gezegd dat het zo bijzonder is. Ik geef hem ook weleens op zijn kop hoor. En hij mij. Af en toe is dat nodig, maar daar helpen we elkaar alleen maar mee.”

Wanneer gaan jullie de Nederlandse grens over?

“Die zijn we eigenlijk al over. Jandino heeft kort geleden een deal met Netflix getekend. Hij is de eerste comedian met een Netflix Original. Zijn comedyshow wordt in maar liefst zeven verschillende talen aangeboden. Hetzelfde geldt voor Bon Bini Beach, een film waarin hij speelt. Ook gaat hij een rol spelen in een Duitse film, waar hij momenteel taallessen voor volgt. Onlangs is hij geïnterviewd voor de BBC. Zo kan ik wel even doorgaan. We zijn dus al lekker bezig!”

En in Rotterdam? Krijgt Ken Theater hier genoeg ruimte?

“Dat vind ik wel lastig. Het aanbod in onze sector is in mijn ogen nog veel te wit en veel te traditioneel. De gevestigde organisaties houden vernieuwing tegen, zij blokkeren de ontwikkeling van de stad. Kleine organisaties kunnen daardoor niet makkelijk groeien. Het is ontzettend moeilijk om in een cultuurplan te komen en om subsidies te krijgen.

Kijk, je moet de ruimte natuurlijk ook wel zelf pakken, maar je loopt al snel tegen een plafond op: de overheid. Die moet echt anders gaan handelen naar mijn mening. Kijk naar de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Zij heeft een cultuurplan geschreven en wethouder Pex Langenberg heeft de jonge organisaties eruit gegooid. Omdat hun beleidsvoering niet goed was. Maar hun beleidsvoering wordt gaandeweg pas goed, én als er financiële middelen zijn!

Ken Theater, bijvoorbeeld, is op dit moment sterk afhankelijk van vrijwilligers en stagiaires. Dat werkt niet voor de lange termijn. Vrijwilligers willen op een gegeven moment een vaste baan en stagiaires gaan weer weg. Nu dat we een beetje succesvol worden, willen gevestigde organisaties wel ineens samenwerken. Maar alleen voor hun eigen gewin. Dat wil ik ook niet. Ik ben geen paradepaardje dat ze in kunnen zetten als het hen uitkomt.”

Wat doe je zelf aan dit probleem?

“Sowieso proberen we allerlei projecten van de grond te krijgen. Daarnaast probeer ik veel te verbinden. Ik treed in contact met verschillende Rotterdammers om dit probleem bespreekbaar te maken. Zo had ik laatst een gesprek bij de gemeente, met een beleidsadviseur. Gisteren had ik een gesprek bij de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Van de week had ik een aantal gesprekken met fondsen. We moeten met elkaar in discussie.

Ken je Renee Trijselaar? Zij zet zich in voor vernieuwing in de sector en probeert gevestigd en nieuw aan elkaar te verbinden. Dat doet ze echt ontzettend goed. Voor Vers Beton schreef zij een brief aan Pex Langenberg: ‘Pex Langenberg ontpopt zich tot een Robin Hood from hell’. Ze verwoordt daarin heel goed wat het probleem is en nodigt hem uit voor een date om dit probleem te bespreken. Echt tof! Ik kan alleen maar zeggen: Pex, lees die brief van Renee. Ga met haar op date en luister naar haar verhaal.”